Welke instellingen kan ik toewijzen?

Welke instellingen kan ik toewijzen?

U kunt de instellingen die zijn toegewezen aan ExpressKeys™, Touch Rings, bedieningselementen op het scherm, penknoppen en andere aanpasbare onderdelen van uw apparaat wijzigen in Eigenschappen van de Wacom-tablet. Vervolgens kunt u met het activeren van dat onderdeel, zoals het indrukken van een ExpressKey of penknop, de functie uitvoeren die u eraan hebt toegewezen.

Raadpleeg dit overzicht van instellingen om u te helpen beslissen of u instellingen die al zijn toegewezen wilt wijzigen.

Opmerking: De beschikbare functies en aanpasbare onderdelen in deze lijst kunnen variëren, afhankelijk van uw apparaat. Raadpleeg de vervolgkeuzemenu's op de instellingstabbladen in Eigenschappen van de Wacom-tablet om te zien welke opties beschikbaar zijn voor de specifieke onderdelen op uw apparaat.

Waarschuwing: Zorg ervoor dat de klikinstelling wordt toegewezen aan ten minste één aanpasbaar onderdeel, zodat u altijd kunt navigeren en klikken.

4e of 5e klikHiermee voert u een 4e of 5e klik van de muisknop uit.
ToepassingsspecifiekDe toepassing waarmee u werkt, heeft een instelling voor dit onderdeel toegewezen.
Auto Scroll/ZoomWijs deze instelling toe aan de Touch Ring zodat u daarmee in de meeste grafische toepassingen kunt zoomen. In alle andere toepassingen kan de ring worden gebruikt om te scrollen.

Raadpleeg de documentatie bij de toepassing waarmee u werkt om te zien welke instelling is toegewezen.

TerugHiermee keert u terug naar de vorige stap, vergelijkbaar met hoe Vorige werkt in browsers.
KlikkenHiermee voert u een muisklik uit.
Klikvergrendeling

Hiermee blijft de muisknop ingedrukt.

  • Begin de klikvergrendeling door een onderdeel te activeren, en activeer het vervolgens nogmaals om los te laten. Als bijvoorbeeld Klikvergrendeling aan een penknop is toegewezen, drukt u eenmaal op de penknop om Klikvergrendeling te starten en drukt u nogmaals op de knop om de vergrendeling op te heffen.

Tip: Klikvergrendeling is nuttig wanneer u objecten sleept en blokken tekst selecteert.

StandaardHiermee wordt de standaardinstelling van het onderdeel hersteld.
UitgeschakeldHiermee wordt het onderdeel uitgeschakeld, zodat wanneer u het onderdeel activeert, zoals op de penknop drukken, er niets gebeurt.
Scherm wisselenHiermee schakelt u tussen uw apparatuur en beeldschermen, als u uw apparaat in combinatie met meerdere beeldschermen of apparaten gebruikt.
DubbelklikkenHiermee wordt een dubbelklik uitgevoerd.

Tip: Om gemakkelijker te dubbelklikken, kunt u deze instelling aan een onderdeel zoals een penknop toewijzen in plaats van tweemaal met de penpunt te tikken.

GummenHiermee stelt u uw penbewegingen in op wissen in plaats van tekenen.

Als u bijvoorbeeld Wissen aan uw penknop toewijst, kunt u de pen over een gebied dat u wilt wissen bewegen terwijl u de penknop ingedrukt houdt.

VooruitHiermee gaat u naar een stap verder dan waar u zich in de geschiedenis bevindt, vergelijkbaar met hoe Volgende werkt in browsers.
Inktwissel (Mac)Hiermee schakelt u Inkt in en uit.
  • Als handschriftherkenning is ingeschakeld, wordt uw handschrift door Inkt herkend, omgezet in tekst en in een document geplaatst.
ToetsaanslagHiermee voert u de toetsaanslag of combinatie van toetsaanslagen uit die u hebt ingesteld.

Wanneer u Toetsaanslag selecteert, verschijnt het venster Toetsaanslag definiëren zodat u een toetsaanslag kunt selecteren of een toetscombinatie kunt instellen.

LaunchpadHiermee geeft u het menu Launchpad weer waarin u toepassingen kunt starten.
MiddenklikkenHiermee voert u een klik met de middelste muisknop uit.
Moduswissel

Wijs deze instelling aan een penknop toe om tussen de penmodus en de muismodus te schakelen.

  • Wanneer u een penknop voor het eerst op Moduswissel instelt, verschijnt het venster Muismodus. Verplaats de schuifregelaars om de muisversnelling en -snelheid te regelen.
  • In de penmodus gebruikt u de pen als een gewone pen. De cursor springt naar het punt waar u de pen plaatst en u bepaalt welk deel van uw apparaat op welk deel van de beeldschermen wordt geprojecteerd.
  • In de muismodus kunt u de pen als muis gebruiken. De cursor blijft op het punt waar u gebleven was als u de pen optilt en u werkt op dezelfde manier met uw apparaat als met een muismat.
ModificatietoetsHiermee voert u een modificatietoets uit (Shift, Alt, Ctrl, Option, Command) plus een muisklik of muiswielscroll.
  • Wanneer u Modificatietoets selecteert, verschijnt het venster Modificatietoets definiëren.
  • Selecteer de modificatietoets en selecteer vervolgens een muisklik of muiswielscroll om die combinatie toe te wijzen.
bedieningselementen op het schermToont het bedieningselement dat u selecteert.
  • Wanneer u Bedieningselementen op het scherm selecteert, verschijnt de lijst met Schermtoetspanelen, Taartmenu's en Toetsenblokken vanuit het tabblad Bedieningselementen op het scherm.
  • Selecteer het bedieningselement dat u wilt toewijzen.
SchermtoetsenbordHiermee opent en sluit u het Schermtoetsenbord van Windows.
Openen/UitvoerenHiermee opent u een gekozen toepassing of bestand of voert u een script uit.
  • Wanneer u Openen/Uitvoeren selecteert, verschijnt het venster Toepassing starten.
  • Klik op Bladeren en selecteer het item. Klik op OK.
Pannen/scrollenHiermee kunt u in een document of item pannen of scrollen door de penpunt omhoog en omlaag of naar links en rechts te bewegen.

Als u Pannen/scrollen selecteert, verschijnt het venster Scrollsnelheid. Verplaats de schuifregelaar voor de gewenste scrollsnelheid.

Pannen/zoomenHiermee kunt u pannen of zoomen, afhankelijk van of u de pen boven het oppervlak houdt of het apparaatoppervlak aanraakt.
  • Wanneer u wilt pannen, houdt u de penpunt boven het oppervlak (zonder het aan te raken), drukt u op de knop en houdt u deze ingedrukt terwijl u de pen beweegt.
  • Als u wilt zoomen, drukt u op de knop en houdt u deze ingedrukt terwijl u het apparaatoppervlak aanraakt en beweegt u de pen naar boven om uit te zoomen en naar beneden om in te zoomen.
    • Als u de pen optilt, stopt het zoomen. Zolang u de pen boven het oppervlak laat zweven en de knop ingedrukt houdt, kunt u nog steeds zoomen als u met de penpunt weer het oppervlak aanraakt.
  • Als u na het zoomen weer wilt pannen, laat u de knop los en drukt u hem weer in.

Opmerkingen:

  • Als de toepassing pannen/zoomen niet ondersteunt, gebeurt het volgende:
    • Wanneer u tijdens het zweven op de knop drukt, wordt Ctrl+klik met de rechtermuisknop geactiveerd.
    • Wanneer u op de knop drukt terwijl u het oppervlak aanraakt, wordt een muiswielscroll geactiveerd.
  • Als u Pannen/zoomen selecteert om dit aan een knop toe te wijzen, verschijnt het venster Zoomsnelheid. Verplaats de schuifregelaar voor de gewenste zoomsnelheid.
  • Het veranderen van de penknopmodus heeft geen invloed op deze instelling.
PrecisiemodusHiermee schakelt u tussen normale precisie en een nauwkeurigheid van uw keuze, van Fijn tot Ultra-fijn.
  • In het venster Precisiemodus dat verschijnt, verplaats u de schuifregelaar naar de gewenste nauwkeurigheid waar u op wilt overschakelen.
  • Als u bijvoorbeeld Precisiemodus aan een penknop toewijst, schakelt u bij het indrukken van de penknop over op de nauwkeurigheid die u met de schuifregelaar hebt geselecteerd. Wanneer u nogmaals op de penknop drukt, keert u naar de normale nauwkeurigheid terug.
Constante drukHiermee vergrendelt u de druk op het huidige niveau totdat u het onderdeel loslaat.

Als u bijvoorbeeld deze instelling aan een penknop toewijst en drukgevoeligheid in uw toepassing is ingeschakeld, kunt u schilderen totdat u de gewenste penseelgrootte hebt bereikt. Houd vervolgens de penknop ingedrukt om de penseelgrootte te vergrendelen zolang u de knop vasthoudt.

RechtsklikkenHiermee voert u een klik met de rechtermuisknop uit.
ScrollenHiermee scrollt u met behulp van de Touch Ring.
Omlaag scrollenhiermee schuift u de actieve toepassing omlaag.
Omhoog scrollenhiermee schuift u de actieve toepassing omhoog.
InstellingenHiermee geeft u de huidige instellingen van uw aanpasbare onderdelen weer, waaronder ExpressKeys™, de Touch Ring, pen en aanrakingen.

Klik op een item dat wordt weergegeven om de Eigenschappen van de Wacom-tablet te openen, zodat u toegewezen instellingen kunt wijzigen.

Bureaublad weergevenHiermee minimaliseert u alle geopende vensters zodat u uw bureaublad kunt zien.
OverslaanWijs deze instelling aan de middelste knop van de Touch Ring toe, zodat u een van de instellingen die u aan de Touch Ring hebt toegewezen kunt overslaan.
Andere toepassingHiermee wisselt u tussen de geopende toepassingen.
Tablet-pc-instellingenHiermee geeft u het menu Tablet-pc-instellingen weer.
Aanraking aan/uitHiermee schakelt u aanraking in en uit.

Deze instelling is niet beschikbaar op apparaten met een ingebouwde aan/uit-schakelaar of -knop voor aanraking.

TuimelenVoor het tuimelen en roteren van items in 3D-toepassingen. U kunt items ook een cirkelbaan laten doorlopen.

Als de toepassing Tuimelen niet ondersteunt en u op de knop drukt, wordt in plaats van deze actie een klik van de middelste muisknop geactiveerd.

ZoomenZoomt de actieve toepassing op uw computer.

Toegewezen aan een Touch Ring: Schuif met uw vinger rechtsom rond de ring om in te zoomen en linksom om uit te zoomen.

Toegewezen aan een penknop of ExpressKey: Houd de knop ingedrukt terwijl u met de penpunt het apparaatoppervlak aanraakt en beweeg naar boven om uit te zoomen en naar beneden om in te zoomen. Als u de pen optilt, stopt het zoomen. Zolang u de pen boven het oppervlak laat zweven en de knop ingedrukt houdt, kunt u nog steeds zoomen als u met de penpunt weer het oppervlak aanraakt.

Opmerkingen:

  • Als de toepassing Zoomen niet ondersteunt en u op de knop drukt, wordt in plaats hiervan een muiswielscroll geactiveerd.
  • Als u Zoomen selecteert om dit toe te wijzen, verschijnt het venster Zoomsnelheid. Verplaats de schuifregelaar voor de gewenste zoomsnelheid.
  • Het veranderen van de penknopmodus heeft geen invloed op deze instelling.
Inzoomenhiermee zoomt u in op de actieve toepassing.
Uitzoomenhiermee zoomt u uit van de actieve toepassing.